Vanochtend kwam ik bij het naar buiten lopen ineens een nieuwe buurman tegen. Hij frummelde aan zijn hippe scooter, ik was nogal gehaast. Ik moest werken en in ons nieuwe huis ligt nog niet alles op zijn plek. Wel opgelucht dat ik er nu eens niet in mijn kluskleding bij liep, stond ik hem te woord. Dat hoort zo, bij een buurman. Daarmee praat je even, je zegt iets vriendelijks en gaat weer verder. Beviel het hem en zijn vriendin goed in het nieuwe huis? Hadden zij al wel signaal voor de tv en het internet? Van Ziggo mochten wij in elk geval nog steeds geen tv kijken. Hij zei iets over de vloerverwarming. Ik meende dat het allemaal wel goed kwam en vervolgens stapte ik in mijn auto. Vanavond lekker sushi eten met vriendinnen in Arnhem. Ik had er zin in.
Tot ik in de achteruitkijkspiegel iets gruwelijks ontdekte.

Ik kreeg spontaan een heftig Briget Jones gevoel en smste mijn zusje over deze gruwelijke gebeurtenis.
Gelukkig ondersteunde ze me heel liefdevol.
‘Haha! Wat een afgang!’


