
Al weken had ik me op de komst van mijn broer en schoonzus verheugd. Ze zouden vanuit de Achterhoek afreizen naar Utrecht. Op Twitte had ik al geinformeerd waar ik mijn broer en schoonzus met goed fatsoen mee kon nemen om te gaan eten. De vorige keer gooide het vleugje mierikswortel over de biefstuk broerlief roet in het lekkere eten.
´Bier! Bier!´, gilde hij verhit door het chique restaurant. De zweetdruppels parelden op zijn verhitte gezicht.
Bij Stairway to heaven was broer beter geluimd. Hij maakte wel een opmerking over de ober die met tattoos door de zaak rondliep. ´Schande´, vond hij terwijl hij die van hem keurig onder zijn overhemd had verborgen.
Later op de avond kwam niet alleen de drank, maar ook een oldskoolbord Scrabble tevoorschijn. Geen Ipad, Androide telefoon of Iphone. Gewoon samen rond de tafel met lettertjes en steentjes.
Kibbelend over bestaande en verzonnen woorden. Met maar 1 aangepaste spelregel.
Achterhoekse woorden mogen. Die gooit #wordfeud tenminste niet van het bord. Op enig moment zou ik graag even shuffelen of kiezen voor swap tils, maar wat ik met #wordfeud mis is het menselijk contact en de mooie dialogen. Op de chat is dat toch net even anders.
´Is dit iets?’, vraagt schoonzus. Ze legt een ‘e’ en een ‘i’aan een ‘h’.
‘Natuurlijk’, vindt Lief. De hei.
‘Een heidag’, vul ik aan.
‘Hei?’, zegt broertje. ‘Wat hei?’*
De ‘y’ wordt door hem ook gewoon voor een ‘h’ gelegd. ‘yh!’**, roept hij ter illustratie.
Het woord ‘wodn’, wordt ook gewoon goedgekeurd. Maar wat te denken van straattaal? Ik dis, wij dissen. Degene die dist, is een disser.
Maar dat woord werd genadeloos afgeschoten, waardoor enkele spelers ‘hellig’ het pand verlieten.
* Ik zie aan je dat er iets is. Wil je er iets over vertellen?
** Mag ik u vragen wat u hier doet?